Opzet clubrecords baanatletiek AV Triathlon
In 2007 is een nieuwe aanpak geformuleerd over de wijze waarop clubrecords worden vermeld. Achtergrond
van de herziening was dat in de jaren daaraan voorafgaand een wijze van vermelden was ontstaan, die niet
helemaal meer paste bij het toegenomen prestatieniveau binnen de vereniging en die ook niet helemaal aansloot
op wat bij andere atletiekverenigingen gebruikelijk is.
De nieuwe aanpak werd voor het eerst toegepast bij de verwerking van de clubrecord-verbeteringen uit
het outdoorseizoen 2007. Ook de vermeldingen uit het verleden werden toen herzien. Sommige prestaties die
als clubrecord waren vermeld, komen op de nieuwe lijst niet meer voor, andere prestaties worden nu op een
andere manier vermeld.
In deze notitie wordt beschreven hoe met ingang van 2007 de clubrecords worden vermeld.
Van welke onderdelen worden clubrecords vermeld?
We vermelden alleen clubrecords van onderdelen die voor de betreffende leeftijdscategorie tot het gangbare programma voor baanwedstrijden behoren. Dit betekent dat we voor junioren, senioren en masters vooral uitgegaan zijn van bijlage 1 van Wedstrijdreglement (WR) van de Atletiekunie, waarin het ‘aanbevolen wedstrijdprogramma’ staat. Hierop zijn wel enkele aanpassingen gedaan:
- De looponderdelen op de baan langer dan 10.000 meter nemen we niet in de lijst op, aangezien deze onderdelen in praktijk vrijwel nooit in baanwedstrijden worden gelopen.
- Ook snelwandelen laten we buiten de clubrecordlijst. Mocht er binnen AV Triathlon iemand serieus gaan snelwandelen, dan kunnen we de snelwandelonderdelen altijd nog toevoegen.
- Voor de C- en D- junioren voegen we resp. de 1.500 en 1.000 meter steeplechase toe. Deze onderdelen horen weliswaar nog niet tot het officiële programma, maar worden sinds 2006 wel op experimentele basis door de Atletiekunie gepropageerd.
- Verder vermelden we enkele estafettes die veel gelopen worden bij 4xveel, het bijprogramma van de NK estafettes.
Voor pupillen staat er in art 340 van het WR een gelimiteerde opsomming van het wedstrijdprogramma. Deze
onderdelen houden we aan.
Voor de indoorclubrecords is op een vergelijkbare wijze een lijst met (mogelijke) clubrecords opgesteld.
Voor alle leeftijdscategorieën t/m senioren wordt de hele lijst onderdelen gepubliceerd. Bij onderdelen
waarop nog geen prestatie bekend is, wordt het betreffende vakje leeg gelaten.
Voor masters worden er voorlopig alleen lijsten gepubliceerd voor de looponderdelen vanaf 800 meter.
Deze worden samengesteld uit historische gegevens (o.a. de onderlinge baancompetitie). Mochten er in de
toekomst masters zijn die zich ook in ander onderdelen gaan bekwamen, dan kunnen de lijsten altijd nog uitgebreid
worden.
Er wordt dus gewerkt met een vaste lijst onderdelen waarop clubrecords worden genoteerd. Het gevolg is
dat sommige prestaties, die tot nu toe wel als clubrecord staan vermeld, niet meer op de nieuwe clubrecord-lijsten
staan. Het gaat dan om incourante onderdelen die voor de betreffende leeftijdscategorie maar weinig op het
programma staan. Uiteraard kan iedereen op deze onderdelen wel de eigen pr’s aanscherpen!
Vermelding in andere leeftijdscategorieën
Tot 2007 werden de clubrecords alleen vermeld in de ‘eigen’ leeftijdscategorie. Hierdoor kon
het voorkomen dat bij een hogere leeftijdscategorie een mindere prestatie als clubrecord gold. Met ingang
van 2007 zijn we afgestapt van deze methode en sluiten we aan bij wat binnen de Atletiekunie en bij andere
verenigingen gebruikelijk is: clubrecords kunnen ook gelden in een hogere leeftijdscategorie. Een voorbeeld:
Wanneer een B-meisje op de 100 meter harder heeft gelopen dan de A-meisjes, geldt haar tijd ook bij de meisjes
A als clubrecord. Bij masters werkt dit uiteraard omgekeerd.
Natuurlijk is een clubrecord in een hogere leeftijdscategorie alleen mogelijk wanneer het onderdeel identiek
is. Wanneer bij de werponderdelen in de hogere leeftijdscategorie een zwaarder gewicht geldt, is geen vermelding
in een hogere categorie mogelijk. Hetzelfde geldt voor verschillen in hordenhoogtes.
Om nog wel zicht te houden op de prestaties in de eigen leeftijdscategorie, wordt per categorie een afzonderlijk
lijstje toegevoegd met bijv. ‘beste prestaties door meisjes A’. In het bovenstaande voorbeeld
is dan de prestatie van het B-meisje op de 100 meter als clubrecord vermeld bij de meisjes A, en komt in
het aanvullende lijstje de beste prestatie te staan die gelopen is door een A-meisje. Zodra een A-meisje
zelf het clubrecord op de 100 meter verbetert, vervalt de vermelding op het lijstje met ‘beste prestaties
door meisjes A’.
Handtijden en elektronische tijden
Elektronische tijdwaarneming (ET) komt steeds meer voor, maar daarnaast worden ook nog handtijden (HT)
gebruikt. En uit het verleden hebben we natuurlijk ook nog veel HT-clubrecords.
Clubrecords blijven zowel in ET als in HT mogelijk. Hierbij gelden de volgende regels:
- Onderdelen langer dan 400 meter:
- Et en HT zijn beide mogelijk.
- Slechts vermelding van de snelste tijd, zonder correctie, en zonder vermelding ET of HT.
- 400 meter en 4 x 100 meter:
- ET wordt in ieder geval vermeld, indien deze beschikbaar is.
- Indien er een HT is die meer dan 0,14 sec sneller is dan de ET, dan wordt deze HT ook vermeld. Een HT die 0,14 sec sneller is of minder dan 0,14 sec sneller, wordt niet vermeld.
- korter dan 400 meter:
- ET wordt in ieder geval vermeld, indien deze beschikbaar is.
- Indien er een HT is die meer dan 0,24 sec sneller is dan de ET, dan wordt deze HT ook vermeld. HT die 0,24 sec sneller is of minder dan 0,24 sec sneller, wordt niet vermeld.
Bij handtijden wordt HT vermeld. De vermelding ET vervalt.
Windmeting
Indien er op windmetingegegevens zijn, dan worden deze vermeld. Dit geldt bij de sprint- en hordenonderdelen t/m 200 meter, en bij ver- en hinkstapspringen. We hanteren echter niet de regels die voor nationale en wereldrecords gelden, dat de meewind max. 2,0 m/s mag zijn. Ook met meer meewind geldt een prestatie als clubrecord. Komt er echter later een gelijke prestatie met een meewind van max. 2,0 m/s, dan vervalt de prestatie met ‘te veel’ meewind.
Bijwerken lijsten
De clubrecord worden vermeld op de website en in het clubhuis (in het clubhuis alleen de outdoor-records).
Tot nu toe werden de clubrecords aan het eind van het outdoor- resp. indoorseizoen bijgewerkt. In de toekomst
worden de lijsten op de website mogelijk ook tussendoor bijgewerkt. De aanpassingen in het clubhuis volgen
wel pas aan het einde van het seizoen.
De clubrecords voor pupillen, junioren en senioren worden bijgehouden door Inger Weeren. De clubrecords
voor de looponderdelen vanaf 800 meter bij senioren en masters worden bijgehouden door Bert Geelmuijden.
Het bord in het clubhuis, met een vaste indeling, is komen te vervallen. De nieuwe aanpak leidt tot een
zo sterke uitbreiding van het aantal te vermelden onderdelen, dat dit niet meer op het bord past. Bovendien
was het bijwerken van het bord erg bewerkelijk. Hiervoor in de plaats hangt er nu een vitrine waarin geprinte
lijsten worden opgehangen.
Tot slot
De boven beschreven aanpak is eind 2007 opgesteld door een tijdelijke commissie, bestaande uit
Inger Weeren, Richard Van Egdom, Bert Geelmuijden en Bernard Wouters, en is vervolgens op 10 december
2007 door het bestuur van AV Triathlon goedgekeurd.
